Word nu vriend van het CBG! >>
gen.magazine 04-2016 Het interieur als decor van het huiselijk leven Werelden vol verhalen
Familieverhalen op de kaart
Leven onder de maat
Smerige stegen, gevallen vrouwen
Anne von Daehne
Penseelprinses tussen militairen
Views
2 months ago

gen.magazine 04-2016

  • Text
  • Huis
  • Jaar
  • Eeuw
  • Waar
  • Familie
  • Dossier
  • Onderzoek
  • Haard
  • Zoals
  • Leven
  • Www.fizz.nl
Magazine voor familiegeschiedenis

Misschien was het daarom

Misschien was het daarom niet verwonderlijk dat Frans werd gearresteerd voor diefstal. In de ‘Staat van inlichtingen’ van het parket van de officier van justitie in Rotterdam, gedateerd 2 april 1898, staat het volgende te lezen: Zijne moeder is weduwe en is huishoudster bij Teunis de Lange, Slaakkade no. 190-27 te Rotterdam, waar hij niet meer in huis mag komen aangezien hij daar alles, wat onder zijn bereik is, ontvreemdt en verkoopt. Hij woont drie jaren in deze gemeente, slentert dagelijks langs de straat met jongens van zijn gehalte en is te lui om werk te zoeken. Hij is thuis bij de weduwe Sederquist, uitdraagster in de Baan no. 116 alhier. Het verslag meldt ook waarom Frans naar het Rijksopvoedingsgesticht was gestuurd. Op 26 januari 1898 had hij samen met twee jonge handlangers oud ijzer gestolen bij de firma Burgerhout en Zn. De laagste uitspattingen Frans verbleef tot zijn achttiende verjaardag op 11 november 1900 in het Rijksopvoedingsgesticht te Alkmaar. Hetzelfde gold voor zijn jonge handlangers, de dertienjarige Johannes van Meer en de één jaar oudere Roeland Johannes Storm. Over de eerste meldde de hoofdcommissaris van politie dat hij met zijn ouders en vijf broers en zussen een kamertje bewoonde op de zolder van een pand aan de Trouwsteeg. Het huis was, De manier waarop de jongens werden 'heropgevoed' was streng en op militaire leest geschoeid net als de andere huizen in de steeg, ‘inen uitwendig geheel vervuild’. Het bovenhuis van het pand bestond uit vier woningen, waarvan de meeste werden verhuurd aan mannen en vrouwen ‘van het minste allooi’. De Trouwsteeg stond volgens de hoofdcommissaris bekend ‘als schuilplaats van vrouwen en mannen die zich aan de laagste uitspattingen overgeven, […] rooven en diefstal plegen’. In de laatnegentiende-eeuwse steden was een dergelijk armoedig en marginaal leven helaas geen uitzondering. In zijn boek Koninkrijk vol sloppen schrijft Auke van der Woud dat gezinnen uit de laagste klassen van de samenleving dikwijls met zes personen of meer in een enkele kamer van minder dan twintig vierkante meter woonden. De leefomstandigheden waren erbarmelijk. Sommige vertrekken bevonden zich half ondergronds, nooit was er voldoende licht en frisse lucht, en daken en vloeren vertoonden open gaten. De kamers werden tegelijkertijd gebruikt als woon- en slaapkamer, keuken, wc en soms als werkruimte. De stads armendokter van Rotterdam concludeerde in die tijd dat alle ziekten in het gebied rond de Baan, waar Frans bij de weduwe Sederquist woonde, ‘het eerst, het ergst en het langst’ woedden. Gevangenispak In zekere zin betekende de plaatsing in het Rijksopvoedingsgesticht voor Frans een ontsnapping uit het armoedige milieu waarin hij was opgegroeid. Van officiële zijde werd gezegd dat opsluiting daar ‘geen straf maar een zegen’ was. Toch zal Frans het in Alkmaar niet makkelijk hebben gehad. De manier waarop de jongens er werden ‘heropgevoed’, was streng en op militaire leest geschoeid. Ze kregen een grijs gevangenispak aan en hun haar werd gemillimeterd, zodat ze, zodra ze buiten de inrichting kwamen, voor iedereen duidelijk herkenbaar waren. Het niet opvolgen van bevelen werd streng gestraft. De jongens kregen vakscholing, gymnastiek en sport en natuurlijk was het verplicht op zondag naar de kerk te gaan. Beneden de maat Zowel Johannes Vermeer als Roeland Storm zijn na hun vrijlating uit het gesticht uiteindelijk als soldaat in Nederlands-Indië terechtgekomen. Voor mijn overgrootvader Frans was een militaire carrière echter niet weggelegd. Op 23 december 1901, ruim een jaar na zijn vertrek uit het Rijksopvoedingsgesticht, werd hij afgekeurd voor militaire dienst. Met zijn een meter vijftig was hij ‘beneden de maat’. Hij was op dat moment pakhuisknecht. Franciscus Segers en zijn familie Josina Rebecca Zegers Peter Jan Hubert Segers X Maria Broere --- Teunis de Lange X Maria Grietje van Dijk (1850-1917) (1853-1890) (1853-1926) (1836-1902) (1841-?) | | | | Maria Helena Zegers X Franciscus Segers Sophia Fijgje 7 kinderen (1882-1970) (1882-1933) (1893-1978) | | Wilhelmina Segers (1903-1980) 9 kinderen 22 gen.

Het houtbewerkingslokaal van het Rijksopvoedingsgesticht, 1907. Coll. Regionaal Archief Alkmaar De Oost-Indische plaats in de Baan, omstr. 1915. Coll. Stadsarchief Rotterdam Vanaf eind 1900 tot begin 1903 nam Frans weer zijn intrek aan de Baan 116. Volgens zijn registratie bij de burgerlijke stand woonde hij daar in bij de heer Nolles, een uit Friesland afkomstige weduwnaar, en diens zoon. Het valt niet uit te sluiten dat de weduwnaar en de weduwe Sederquist – inmiddels naaister van beroep – troost bij elkaar gevonden hebben, want Hulda staat tot 1921 onafgebroken ingeschreven op hetzelfde adres. Volgens de Rotterdamse adresboeken uit 1900 woonden er in dat jaar echter nog meer mensen: de stoker Frederik Carel van Ettingen met zijn vrouw, negen kinderen en vier kleinkinderen, de bootwerker en weduwnaar Cornelis Nielsen met zes kinderen en Gerrit de Pijper met vrouw, vier kinderen en twee kleinkinderen. ‘De woningen stonden op laaggelegen percelen, dus als het regende liep het water van de Baan en de Schiedamsedijk daar onvermijdelijk naartoe’, schrijft Auke van der Woud over de buurt. ‘Vanaf de Baan kwam men in de sloppen waar voor de gegoede Rotterdamse burgerij de was werd gedaan; hier woonden en werkten de wasvrouwen, in de modderpoelen voor hun kamers’, vaak van ’s morgens vroeg tot zonsondergang. Een van hen was Maria Helena, de vrouw die mijn overgrootmoeder zou worden. Wasvrouw Eind 1902 stierf Teunis de Lange. Twee maanden later verhuisde Frans’ moeder Maria Broere naar de Baan 122, en Frans trok bij haar in. Hij bleef bij zijn moeder op verschillende adressen wonen, tot hij in 1908 trouwde met Maria Helena Zegers, de onwettige dochter van Josina Rebecca, die in 1906 haar ouderlijk huis had verlaten en haar intrek had genomen bij Nolles, aan de Baan 116. Haar driejarige dochter Wilhelmina (mijn oma) had zich een half jaar later bij haar gevoegd. Wie weet heeft de oude Nolles of misschien wel de weduwe Sederquist Frans en Maria Helena, die op dat moment de kost verdiende als ‘waschvrouw’, aan elkaar voorgesteld, want de eerste woonde inmiddels niet meer op dat adres. Hij zal echter zeker een keer zijn blijven logeren, want hun oudste dochter Maria werd al vier maanden na het huwelijk geboren. Na haar volgden nog acht kinderen. Frans overleed in 1933, iets meer dan twee weken na zijn 51e verjaardag. Ontberingen Ik heb mijn oma niet gekend, en mijn vader sprak nooit over zijn jeugd. Hij was één toen zijn opa Frans overleed, dus veel had hij ook niet kunnen vertellen. Maar ik kan me niet voorstellen dat zijn moeder Wilhelmina niet mede gevormd is door de ontberingen die Frans heeft moeten doorstaan. Grote armoede, uit het huis verstoten door zijn alcoholistische vader en ‘zedeloze’ moeder, drie jaar opgesloten in een jeugdgevangenis waar hij het met zijn één meter vijftig niet van zijn imposante verschijning gehad moet hebben. Het is misschien veelbetekenend dat Frans, na zijn veroordeling voor diefstal van oud ijzer, later koopman in ijzerwaren is geworden. Armoede, onwettige kinderen en kleine misdaad kwamen aan het einde van de negentiende en begin van de twintigste eeuw veelvuldig voor in Nederland. Het was enigszins ontnuchterend, maar in zekere zin ook boeiend te ontdekken dat mijn voorouders daarop geen uitzondering vormden. • Bronnen Mijn onderzoek begon met een toevalstreffer in de online collecties van het Noord-Hollands Archief, toen ik zocht op de familienaam Segers. Het betrof de inschrijving van Frans Segers in het Rijksopvoedingsgesticht te Alkmaar. De politiestukken waaruit ik citeer zijn afkomstig uit dit dossier. De bevolkingsregisters van Rotterdam en Dordrecht bleken veel informatie te bevatten over de woonomstandigheden van Frans en zijn familie. Het keuringsrapport waaruit bleek dat Frans 'beneden de maat was', is online raadpleegbaar op militieregisters.nl. Jacqueline Verkleij is oprichter en eigenaar van Past Presents, dat in opdracht van particulieren stamboomboeken maakt met het complete verhaal van hun voorouders. Zie pastpresents.nl gen. 23

Login met uw persoonlijke gebruikersnaam om volledig toegang te krijgen tot de magazines.
Gebruikersnaam: eerste 3 letters achternaam (zonder tussenvoegsel) + vriendnummer
Jan de Boer met Vriendnr. 1234 wordt 'Boe1234'. (Vriendnummer staat op adressticker gen. boven uw naam)
Wachtwoord: uw postcode (voorbeeld: 1111AB)

MAGAZINES WEB

gen.magazine 04-2016
genealogie
gen.magazine 03-2016
genealogie
gen.magazine 02-2016
genealogie
gen.magazine 01-2016
genealogie
gen.magazine 04-2015
genealogie
gen.magazine 03-2015
genealogie
gen.magazine 02-2015
genealogie
gen.magazine 01-2015
genealogie

gen. magazine is een uitgave van Centraal Bureau voor Genealogie.