Word nu vriend van het CBG! >>
gen.magazine 04-2016 Het interieur als decor van het huiselijk leven Werelden vol verhalen
Familieverhalen op de kaart
Leven onder de maat
Smerige stegen, gevallen vrouwen
Anne von Daehne
Penseelprinses tussen militairen
Views
2 months ago

gen.magazine 04-2016

  • Text
  • Huis
  • Jaar
  • Eeuw
  • Waar
  • Familie
  • Dossier
  • Onderzoek
  • Haard
  • Zoals
  • Leven
  • Www.fizz.nl
Magazine voor familiegeschiedenis

In deze tijd van selfies

In deze tijd van selfies en smartphones lijkt een reclameaffiche uit 1912 met de kreet ‘Iedereen fotografeert’ zo vanzelfsprekend, dat we geneigd zijn te vergeten dat de fotocamera in de negentiende eeuw vrijwel uitsluitend door de toen nieuwe beroepsgroep van de vakfotografen bediend werd. De populaire fotoportretten werden in de studio van deze vakfotografen gemaakt. Het geschilderde decor, veelal een vaag landschap waarvoor de geportretteerden plaatsnamen, en decorstukken als stoelen, tafeltjes of zuiltjes waren de obligate rekwisieten van de studiofotograaf. Belichting en enscenering werden zorgvuldig gearrangeerd. De noodzakelijk lange belichting en dus trage sluitertijd van de oude camera’s betekende dat de geportretteerden niet mochten bewegen, want dan was de opname mislukt. Dat ‘bevriezen’ kwam de spontaniteit niet ten goede, maar portretteren was in de traditie van de schilderkunst ook een serieuze zaak waar geen lachje afkon. Met de opkomst van de amateurfotografie in de twintigste eeuw werd het binnenhuis, en dan vooral de woonkamer als centrum van huiselijk leven, het nieuwe decor van familieportretten. Aangezien de vroege amateurfotografen het zonder fotolamp of flitsapparaat moesten doen, werd het binnen fotograferen een hele klus die niet zelden mislukte. Die onervarenheid valt af te lezen uit onscherpe, ‘bewogen’ beelden en overbelichte foto’s die vanaf de drempel naar het raam geschoten zijn. Nu klikken we een mislukte foto gewoon weg, maar voor de komst van de digitale fotografie was het maar afwachten hoe de foto uit het ontwikkelproces kwam. Voor het chemische ontwikkelprocedé en het afdrukken van de foto’s op papier bleef het merendeel van de amateurfotografen tot ver in de twintigste eeuw aangewezen op de vakfotograaf en in die zin ontstond er voor deze beroepsgroep behalve concurrentie ook een nieuwe markt. De interieurfoto als statussymbool De oproep op de website en sociale media van het CBG om oude interieurfoto’s in te sturen leverde een aantal in onze ogen mislukte opnames op, die ook nog eens een eeuw bewaard zijn gebleven. Blijkbaar ging het de vroege amateurfotograaf niet alleen om de kwaliteit van de weergave, maar vormden deze mislukte foto’s het letterlijke toonbeeld van een prestigieuze en vooral kostbare hobby. Als we de verzameling ingestuurde foto’s overzien, dan is er een duidelijke tweedeling te maken tussen de imperfecte amateurfoto’s, die merendeels in het genre van het familiekiekje vallen, en de perfecte professionele interieurfoto’s, die niet alleen goed uitgelicht, maar ook scherp en van een goede compositie zijn. Verder is er onderscheid te maken naar foto’s waarop alléén een interieur afgebeeld staat, en foto’s waarop juist personen centraal staan en het interieur maar decor is. Hoewel de categorie ‘interieurfoto’s zónder personen’ niet afwezig is bij de amateurfoto’s, overheerst die categorie bij de professionele foto’s. Andersom overheerst de categorie 'personen in een interieur’ bij de amateurfoto’s en is die maar heel beperkt vertegenwoordigd bij de professionele foto’s. Dit reclameaffiche uit 1912 schetst een overdreven beeld waarin het fotograferen kinderspel geworden is en iedereen van hoog tot laag – zelfs een dienstbode – zich een camera kan permitteren. Dat het fotograferen bepaald geen kinderspel was maar geleerd moest worden, daarvan getuigen de vele imperfecte amateurfoto’s. Coll. Rijksmuseum, Amsterdam 28 gen. DOSSIER HUIS EN HAARD

2 Foto's van de entree, gang, studeerkamer en salon uit het huisalbum van Huize 'Livland' van de familie Blanckenhage-Nepveu Roosmale in het bezit van het CBG. Dit is een van de recentere voorbeelden. Afgaand op de vele elektrische schemerlampen en het moderne witte snoertje van de bureaulamp in de studeerkamer moet het album gemaakt zijn tussen 1945 en 1950. Zonder personen zijn interieurfoto's lastig te dateren, want kleding is veel modegevoeliger dan het interieur, dat hier nog alle kenmerken van een laat negentiendeeeuwse inrichting heeft. Zeist, Huize Livland, 1930-1950. Coll. CBG|Centrum voor familiegeschiedenis Dit onderscheid in fotocategorie heeft een statusachtergrond. Voor de elite hoorde een portret eigenlijk karaktervol geschílderd te zijn en het goedkope fotoportret werd lang gezien als te oppervlakkig en niet prestigieus genoeg, maar in werkelijkheid zien we fraai ingelijste fotoportretten gemaakt in de studio van de fotograaf overal uitgestald staan in het twintigste-eeuwse elite-interieur, van salon tot studeerkamer en zelfs in de gang.(2) De fotografie bracht het portret vooral binnen het financiële bereik van de gewone man. Veel beeldconventies in de fotografie zijn dan ook ontleend aan de prestigieuzere schilderkunst. De negentiende-eeuwse elite zag het nut van de fotografie vooral in het vastleggen van hun materiële rijkdom zoals dat in het interieur en exterieur van hun landhuis of villa tot uitdrukking kwam. Het lijken Funda-foto’s avant la lettre die gemaakt zijn voor aspirant kopers, maar dat is naar alle waarschijnlijkheid niet het geval. Vaak zijn het fotoreeksen van vertrekken die juist gemaakt zijn als het nieuwe huis opgeleverd en ingericht is. Of omdat de architect graag zijn schepping in een bouwkundig tijdschrift wil etaleren en daarvoor wat interieurfoto’s wil gebruiken. In de huidige verzameling zit ook een fotoreeks van vertrekken die volgens de toelichting gemaakt is als aandenken, omdat een verhuizing aanstaande was. De onervarenheid valt af te leiden uit onscherpe, 'bewogen' beelden en overbelichte foto's De aanleiding mag verschillen, maar deze uitgebreide beelddocumentatie van de inrichting van vertrekken in groot formaat foto vormt een exclusief laatnegentiende-eeuws genre dat we ook terugvinden in getekende of geaquarelleerde vorm. Het genre van de huisalbums was met name in Engeland en Amerika populair onder de nieuwe rijken die graag met hun huis en interieur wilden pronken. Deze fraai uitgevoerde albums of portefeuilles met fotobladen werden op hun beurt weer in de salon tentoongesteld, net zoals de fotoportefeuilles van verre reizen. Het kenmerk van dit bijzondere fotogenre is dat de beschouwer visueel door het huis gegidst wordt en dat die beweging gesuggereerd wordt door een opeenvolging van stills: een foto van wat je ziet als je het huis binnenkomt, en hoe je via de hal of gang in de representatieve vertrekken komt, en hoe je vervolgens via trap en overloop de privévertrekken als slaapkamer en boudoir op de verdieping bereikt. De zolder en de keuken zijn soms ook onderdeel van de fotoserie, maar badkamers vrijwel nooit en wc’s al helemaal niet. In de regel komen er dus geen personen voor op deze fotoseries, met uitzondering van dienstbodes, want die waren een statusonderdeel van het huis en behoorden min of meer tot de inventaris, of beter: zo werden ze door de familie gezien. Als dienstpersoneel gefotografeerd wordt dan is dat veelal bij de achtergevel van het huis, terwijl dienstbodes ook nog wel in hun domein, de keuken, gefotografeerd worden, maar het poseren bij de gedekte tafel in de eetkamer, het hart van het huis, is veel minder gebruikelijk en een teken des tijds.(4) Begin twintigste eeuw was er namelijk een groot tekort aan dienstbodes, omdat meisjes een fabrieksbaantje verkozen boven een dienstje bij mevrouw. De gegoeden vreesden dat ze zonder voldoende dienstpersoneel niet meer comfortabel in hun grote huizen konden wonen. Het showen van meer dan één dienstbode was in die zin jaloersmakend. DOSSIER HUIS & HAARD gen. 29

Login met uw persoonlijke gebruikersnaam om volledig toegang te krijgen tot de magazines.
Gebruikersnaam: eerste 3 letters achternaam (zonder tussenvoegsel) + vriendnummer
Jan de Boer met Vriendnr. 1234 wordt 'Boe1234'. (Vriendnummer staat op adressticker gen. boven uw naam)
Wachtwoord: uw postcode (voorbeeld: 1111AB)

MAGAZINES WEB

gen.magazine 04-2016
genealogie
gen.magazine 03-2016
genealogie
gen.magazine 02-2016
genealogie
gen.magazine 01-2016
genealogie
gen.magazine 04-2015
genealogie
gen.magazine 03-2015
genealogie
gen.magazine 02-2015
genealogie
gen.magazine 01-2015
genealogie

gen. magazine is een uitgave van Centraal Bureau voor Genealogie.