Word nu vriend van het CBG! >>
gen.magazine 04-2016 Het interieur als decor van het huiselijk leven Werelden vol verhalen
Familieverhalen op de kaart
Leven onder de maat
Smerige stegen, gevallen vrouwen
Anne von Daehne
Penseelprinses tussen militairen
Views
2 months ago

gen.magazine 04-2016

  • Text
  • Huis
  • Jaar
  • Eeuw
  • Waar
  • Familie
  • Dossier
  • Onderzoek
  • Haard
  • Zoals
  • Leven
  • Www.fizz.nl
Magazine voor familiegeschiedenis

Bronnen Hoornse

Bronnen Hoornse boedelinventarissen bevinden zich vooral in de notariële archieven in het Westfries Archief te Hoorn. Ik schreef eerder vijf studies over Hoornse panden: Nieuwstraat 18 te Hoorn, 'dat huijs naest die baghijne poort' (Hoorn 2012), Van de West naar het Oosten gezien, Binnenluiendijk 2 te Hoorn (Hoorn 2013), De Waag van Hoorn (Hoorn 2014), De Jonge Winthont. Grote Oost 38 te Hoorn (Hoorn 2015) en Villa Alewijn, Grote Oost 26 te Hoorn (Hoorn 2016). Zie ook L. Schram, 'Inrichting van Hoornse woonhuizen eind 18e eeuw', in: West-Friesland, Oud & Nieuw, 58 (1991) 132- 140 en W. Jeeninga, Grote Oost 7 Hoorn. Bouw- en bewoningsgeschiedenis (Hoorn 2000). Het leven van de Hoornse regenten in de achttiende eeuw wordt belicht door L. Kooijmans in Onder regenten. De elite in een Hollandse stad. Hoorn 1700-1780 (Amsterdam 1985). Een pioniersstudie op het gebied van onderzoek naar boedelinventarissen is T. Wijsenbeek-Oldhuis, Achter de gevels van Delft (Hilversum 1987). Kinderen trouwden vrijwel altijd direct vanuit het ouderlijk huis. Via het huwelijk konden de naam, de status en het vermogen van de familie worden doorgegeven en veiliggesteld. Er werd zodoende vrijwel zonder uitzondering binnen de eigen sociale kring getrouwd, binnen de bekende regentenfamilies van Hoorn en naburige steden. Het kwam zelfs voor dat neef en nicht elkaar het jawoord gaven. Zoals regentenzoon, schout en secretaris Nicolaas Brouwer Schagen, die tot twee keer toe met een van zijn nichten trouwde. In hun geval zorgde het huwelijk tussen neef en nicht overigens niet voor gezond nageslacht. Helaas kan aan de hand van boedelinventarissen vaak niet nagegaan worden hoe het huishouden precies functioneerde toen de kinderen nog thuis woonden, aangezien ten tijde van het opmaken van een inventaris de kinderen vaak al lang en breed het ouderlijk huis hadden verlaten. Kindergoed wordt dan ook vrijwel nooit in een inventaris genoemd, een enkele keer stond het op zolder opgeslagen. Slaapkamers en zolder De Hoornse elite overnachtte vrijwel altijd op de eerste verdieping. Hoewel men nog vaak in bedsteden sliep, tref je in de achttiende eeuw in inventarissen steeds vaker het losstaande ‘ledikant’ (een hemelbed) aan. Deze ‘ledikanten met behangsel’ waren zeer kostbaar en het bezit ervan was dan ook een goede graadmeter van luxe. Er waren over het algemeen meerdere slaapkamers op de verdieping aanwezig. Het was niet ongewoon dat man en vrouw gescheiden sliepen en de overige slaapkamers waren meestal ingericht voor gasten. Bij het inventariseren van de slaapkamers trof de notaris naast het ledikant veel kaptafeltjes, spiegels, rustbanken, bedtafeltjes en fauteuils aan, maar ook vaak opvallend veel ‘niet ter zake doende’ spullen, zoals grote hoeveelheden stoelen, porselein en ander servies. De Hoornse regent Hendrik Carbasius en zijn vrouw, hun zoontje en twee dienstboden, door W. Kroon, 1791. Let op de vergulde spiegel met aan beide zijden twee armlusters en het kamerbreed tapijt met een gestreept morskleed; voor het onderste deel van de ramen zogeheten glasgordijnen. Coll. Westfries Museum, Hoorn 46 gen. DOSSIER HUIS EN HAARD

De zolder diende bijna altijd als opslagplaats voor overbodig meubilair en andere overbodige spullen. Soms was daar (of in de kelder) ook een apart waskamertje ingericht waar een tobbe, droogrekken, een kledingmangel en een kledingpers stonden. Kleding Kleding werd over het algemeen apart opgenomen in de inventaris. De vrouw des huizes had luxe japonnen en mantels van chique stoffen als sits, fluweel of zijde in haar garderobe en zijden of satijnen rokken met bijbehorende ‘jakjes’. Uit de inventaris van voormalig VOC-koopman Dirk Wilree uit 1723 is de invloed van zijn lange verblijf in Azië te bemerken. Zijn kleding was veelal van dure oosterse stoffen vervaardigd, zoals ‘een rooden cineese tabbert’. In Hoorn droeg men overigens zelfs in de hogere kringen met regelmaat de lokale West-Friese klederdracht. Hullen (kapjes), doeken, halsjes, schorten en oorijzers werden dan ook vaak door de notaris genoteerd. Schoeisel wordt in inventarissen nooit genoemd, behalve als de notaris van mening was dat het bijzondere schoenen betrof, zoals muiltjes, pantoffels of rijlaarzen. Rijtuigen Huisdieren vermeldde de notaris evenmin, terwijl bijvoorbeeld een vogelkooi dan weer wel werd opgeschreven. Kostbaar bezit, zoals een paard, was natuurlijk een ander verhaal. Paarden werden in Hoorn door de elite gehouden om rijtuigen te trekken. Notaris Elias Agricola was in het bezit van een koets die door maar liefst drie paarden getrokken werd. Paarden en rijtuigen, samen met een groot huis, een dure inboedel, chique kleding, personeel en een zomerverblijf buiten de stad, vormden dan ook de elementen voor de elite om mee te pronken. Een rijk interieur, door Augustus Wijnantz, 1842-1847. De afbeelding geeft een goed beeld van de opstelling van meubilair in woonhuizen. Afgebeeld is mogelijk een kamer in Paleis Noordeinde. Coll. Rijksmuseum, Amsterdam Inkijkje Boedelinventarissen bieden ons een prachtig inkijkje in interieurs en wooncultuur uit vroegere eeuwen, maar het problematische is dat veel niet met zekerheid gesteld kan worden. Zo zijn we afhankelijk van de subjectieve benaming die de notaris zelf aan goederen en kamers gaf. Het kwam vaak voor dat hij spullen uit de inventaris wegliet die hij als onbeduidend beschouwde of schaarde onder de benaming ‘eenige rommelingh’. Daarnaast werden sommige spullen generatie op generatie overgeërfd en andere weer in de loop van het leven verworven, waardoor een ‘tafeltje’ uit een inventaris van 1775 net zo goed van een eeuw eerder kan dateren. Soms valt de datering enigszins af te leiden uit het genoemde materiaal, als bekend is dat het in een bepaalde periode in de mode was – zoals zijde, fluweel of mahoniehout. Hoewel het lastig blijft om vandaag de dag, een paar eeuwen later, uitspraken te doen over hoe een achttiende-eeuws Hoorns woonhuis van de elite precies was ingericht en werd gebruikt, is het toch mogelijk om op basis van boedelinventarissen een kijkje te nemen in de interieurs van woningen uit een ver verleden. • Laura Jonkhoff is freelance historicus en publiceerde over verscheidene Hoornse woonhuizen DOSSIER HUIS EN HAARD gen. 47

Login met uw persoonlijke gebruikersnaam om volledig toegang te krijgen tot de magazines.
Gebruikersnaam: eerste 3 letters achternaam (zonder tussenvoegsel) + vriendnummer
Jan de Boer met Vriendnr. 1234 wordt 'Boe1234'. (Vriendnummer staat op adressticker gen. boven uw naam)
Wachtwoord: uw postcode (voorbeeld: 1111AB)

MAGAZINES WEB

gen.magazine 04-2016
genealogie
gen.magazine 03-2016
genealogie
gen.magazine 02-2016
genealogie
gen.magazine 01-2016
genealogie
gen.magazine 04-2015
genealogie
gen.magazine 03-2015
genealogie
gen.magazine 02-2015
genealogie
gen.magazine 01-2015
genealogie

gen. magazine is een uitgave van Centraal Bureau voor Genealogie.